Bekijk onbeantwoorde berichten | Bekijk actieve onderwerpen Het is momenteel Zo 19 Nov 2017, 09:37



Reageren op dit onderwerp  [ 1 bericht ] 
 PATROUILLEREN VOOR DE PAPOEA’S - 10 
Auteur Bericht
Marinier
Marinier

Geregistreerd: Ma 31 Jul 2017, 13:55
Berichten: 17
Has thanked: 0 time
Been thanked: 6 times
Reageer met citaat
Bericht PATROUILLEREN VOOR DE PAPOEA’S - 10
Afbeelding


"Oké mannen," donderde de krachtige stem van de sergeant, toen ze nog maar net terug waren, door het bivak. "Het schieten is tot ver in de omtrek te horen geweest. Ik verwacht over vijf minuten de ploegcommandanten hier. Jullie kunnen nog een ontbijt door je strot werken. Daarna opbreken en omhangen. Over een half uur trekken we verder."
"Moeten de jongens niet eerst enkele uurtjes rust hebben?" De korporaal keek Loppes afwachtend aan .
"Geen tijd voor Zwijgers. We moeten eerst nog die andere gevangenen uit de rotsholen halen." De sergeant pauzeerde even en zijn blik ging door het bivak waar de mariniers hem afwachtend aankeken. "We zitten nu ook al met die nieuwe gevangenen, dus het tempo zal veel te langzaam zijn."
Ook de korporaal keek naar de mariniers waar de vermoeidheid op de gezichten afgetekend stond. "Ze hebben weinig rust gehad de laatste tijd Onze taak zit erop. Dit gebied is nu gezuiverd van infiltranten. Het hoofdkwartier kan tevreden zijn."
"Onzin korporaal. Ik ben ook niet de jongste en mij hoor je toch ook niet? Het Korps rust nooit zolang er nog vijanden zijn. En daarvan zijn er nog genoeg. Die zwerven ergens rond in het Fak-fak gebergte. Bovendien is het geen vakantie."
Marinier Wije die achter de sergeant stond moest grinniken. "Ja sergeant, als we geluk hebben komen we nog een stel van die Peloppers tegen."
"Jij moet je kop houden marinier. Je was vannacht dan wel in topvorm, maar verder wil ik je gezeik niet meer horen." De sergeant had zich omgedraaid en wachtte even terwijl hij Wije taxerend opnam." Zo, je bent nog schoon ook. Tenminste, je uniform ziet er redelijk uit. Je hebt zeker in de kali gelegen?" De sergeant lachte om zijn eigen grap. "En je wapen? Heb je dat ook al schoongemaakt." De sergeant draaide zich weer om en riep naar de rest van de eenheid. "Wapen inspectie over twintig minuten. En denk erom, ik wil geen korreltje zien."
Wije wilde net een opmerking maken, maar de korporaal nam hem mee. Samen liepen ze naar de mannen die bezig waren met koffie zetten en een snel ontbijt te maken van opgewarmde rijst, gedroogde vis en enkele lomboks. Na de afmattende marsen van de afgelopen dagen en de nachtelijke aanval hadden ze dat wel nodig. Eigenlijk waren de jongens toe aan een rustperiode.
De wallen onder hun roodomrande ogen waren donker gekleurd en ook hun uniformen zagen er gehavend uit.
"De klootzak," zei Wije kankerend.
"Kop houwe marinier, ik weet het nu wel. Ik denk er zelf ook zo over, maar ik weet wanneer Loppes gelijk wil hebben."
"Maar als we opnieuw op een stel van die gasten stuiten moeten ze wel alert zijn. Ik loop op kop en moet dan kunnen vertrouwen op de jongens achter me."
"Weet ik, maar je weet dat ik jou in je rug dek. Bovendien zijn de jongens wel iets gewend. Als ze vermoeden dat er nog meer para's in het terrein zitten dan hebben ze meteen weer dat jachtinstinct." Zwijgers grinnikte even. "Laat dat maar aan mij over. Ik jaag ze wel op."
Wije moest nu ook grijnzen. "Prima, als je maar weet dat ik flink tempo maak ondanks die gevangenen."
De mariniers waren druk bezig het bivak af te breken terwijl ze er meteen
voor zorgden hun ontbijt naar binnen te werken. Ook de korporaal en Wije deden zich tegoed aan de, te sterke koffie, die nog van de vorige dag was. Wije keek eens naar zijn jongens die er duidelijk vermoeid uitzagen en traag hun werk verrichtte. "Meurs, Sijne, zijn jullie wapens in orde? Ik wil straks geen gezeik hebben met wapens die weigeren als het erop aankomt."
"We kunnen beter nog even gaan jagen om de voorraad aan te vullen," zei Meurs nijdig terwijl hij peinzend naar het weinige overgebleven voedsel keek dat hij in zijn rugzak moest opbergen.
Wije wilde net reageren toen de korporaal naar hem toekwam. "Het schijnt dat er een officier bij de gevangenen is," begon hij meteen." De sergeant wil meer informatie van de man, maar deze verdomd het zijn bek open te doen."
De sergeant keek peinzend voor zich uit terwijl de korporaal en Wije afwachtend voor hem stonden. Rustig vroeg hij. "Je hebt het zeker al van de korporaal gehoord? Een officier die niet wil kletsen."
Wije lachte. "Gewoon zijn kloten eraf draaien, dan wil hij wel. Of anders laten we hem die dooie in het rotshol zien. Die wilde zogenaamd ook niet kletsen."
De sergeant grijnsde. "Niets geen ballen draaien marinier. Ik heb zo mijn eigen methode. Ik hoorde van Zwijgers over dat geintje van jullie in Hollandia. Luister..."
- - 0 - -
"Ondanks het vroege uur hing onder het dichte bladerdak van het oerwoud een drukkende hitte. De stralen van de zon lieten het bos dampen en ook de mannen in hun uniformen voelde het zweet al weer over hun rug lopen. Ze waren nog maar net een uur geleden terug gekomen van hun actie tegen het vijandelijke bivak en verlangden eigenlijk maar naar een ding. Enkele uren hun lichaam uitstrekken op hun regenzeiltjes op de drassige grond. Na de vele uren regen van de afgelopen nacht was het oerwoud een grote modderpoel. Hun bivak hadden ze al afgebroken en een, in alle haast gemaakt, ontbijt naar binnen gewerkt. Opgewarmde rijst en koffie. Veel koffie. De mariniers in het bivak keken het groepje mannen na dat in de dichte begroeiing verdwenen. Het was duidelijk niet de bedoeling om samen met de gevangenen te gaan jagen, al hadden ze hun wapens op scherp gezet. De korporaal had de ploeg van eersteklas Wije even apart genomen en stond een tijd onderdrukt met hen te kletsen. Daarna hadden ze de gevangenen bij de bomen losgemaakt en meegenomen. Nieuwsgierig keken de mariniers het groepje na en iedere man had zo zijn eigen gedachten. Ze wisten dat de sergeant de gevangenen had ondervraagd en aan zijn gebrul te horen, zonder het gewenste resultaat. Toen werd het groepje, in de dichte begroeiing, aan hun ogen onttrokken.
- - 0 - -
"Voorzichtig Meurs," riep Wije naar de voorste man die opzettelijk een tak tegen het gezicht van de gevangenen liet zwiepen. "Ze hebben nog maar zo kort. Een beetje humaan mag het wel."
De mariniers wisten dat van de para's sommige officieren, Hollands spraken. Het was ook de bedoeling de gevangenen duidelijk te maken wat er ging gebeuren.
De mannen veegden het zweet van hun hoofden terwijl ze zich moeizaam een pad baanden door de dichte begroeiing. De regen had slechts tijdelijk, een benauwende, verkoeling gebracht in het oerwoud, maar de hitte van deze nieuwe dag liet de drassige bodem bijna stomen. De zware damp drong door alles heen en ze voelde hun uniformen aan hun lichaam plakken. Alleen de vele vogels genoten van de nieuwe dag en hun geluiden overstemden alles.

De korporaal haastte zich naar voren en legde een hand op Meurs schouder. Gesproken werd er niet meer, maar met een korte knik van zijn hoofd beduidde hij de marinier om achter te blijven.
Ze liepen nog vijftig meter door tot de korporaal zijn hand opstak. "Oké, dit lijkt me een goeie plek. Laten we het snel doen want ik heb honger."
Het was de officier die ook meteen halt hield en grinnikend keken de mariniers elkaar aan. Dus toch, hij wist precies wat er gezegd werd.
"Haal de blinddoeken maar weg, ze mogen nog een laatste sigaret roken."
Onverschillig stond marinier Sijne met zijn wapen te spelen terwijl de gevangenen, knipperend tegen het felle licht, de omgeving in zich opnamen.
Zwijgers ging voor de officier staan en vroeg op onverschillige toon of ze nog iets te zeggen hadden. "Niet dat het mij wat interesseert, ik knal jullie net zo goed meteen neer." Rustig stak de korporaal een sigaret aan en ook de gevangenen kregen er een tussen hun lippen gedrukt. "Het is jullie laatste kans. Nu jullie geen informatie geven is het nutteloos gesleep met gevangenen."
De para officier glimlachte en zei in redelijk Nederlands. "Jullie mariniers zijn geen moordenaars." Toch aarzelde de man duidelijk voor hij zei. "Ik heb voor jullie geen informatie. Dat heb ik de sergeant duidelijk gezegd." Maar de opgejaagde blik van de para zei genoeg en zijn ogen schoten rond om een uitweg te zoeken als hij een kans zag om weg te komen .
Het bleef een tijdje stil tussen de mannen terwijl ze hun sigaret rookten. De beide gevangenen zaten voor de drie mariniers op de grond terwijl deze verveeld hun wapens controleerden.
De officier spuwde zijn peuk uit en zei. "Jullie kunnen ons nu wel verder afvoeren."
In een beweging kwam de korporaal overeind. "Sorry maat, we zijn er al. Verder gaat deze reis voor jullie niet. Maar ik wil je niet naamloos laten sterven. Wat is je naam?"
De para luitenant keek de korporaal lang aan en zei toen:” Doue, is de naam. Luitenant Doue.”
Zwijgers gaf Wije en Sijne een teken met zijn hoofd waarna deze de gevangenen omhoog sleurde. Opnieuw gingen de blinddoeken voor hun gezicht. "Oké mannen, laten we het snel doen."
Rustig klonken de commando's toen Zwijgers bevel gaf hun wapens op scherp te zetten en aan te leggen.
Toen drong het tot de gevangenen door wat er werkelijk ging gebeuren en de jongste van hen zakte door zijn benen. Ruw trok de korporaal hem omhoog.
"Tida, tida," smeekte de jonge knaap. "Saja bilang. Niet doen niet doen, ik praat."
"Te laat knaap, we hebben onze orders." Opnieuw gaf Zwijgers het bevel om aan te leggen.
Op dat moment kwam Meurs aanrennen en riep van grote afstand." Nog even wachten. De sergeant wil nog met ze praten." Hijgend bleef Meurs naast de gevangenen staan en trok de blinddoeken weg.
De twee para's waren meer dood dan levend toen de het groepje weer naar het bivak trok.
- - 0 - -
De hitte van het oerwoud lag als een deken over het groepje mariniers dat zich, met hun gevangenen, nu al uren lang in een traag tempo op weg was. De alles verzengende zon kreeg geen kans, door het dikke bladerdak, heen te dringen. Geen rivier met verkoelend water om hun dorst te lessen in de hitte die hun kelen dichtschroeide. Het enige water dat ze hadden was het kleine beetje in hun veldflessen geweest dat ze over de hele dag hadden moeten verdelen.
De gevangenen deden hun best om, onder de dreiging van de wapens, het tempo bij te houden. Maar het viel niet mee om met gebonden handen, waarvan een uiteinde om hun ballen zat, de vele obstakels te vermijden. Het oerwoud gaf hen een gevoel van bescherming nu ze wisten dat een tweede eenheid vijandelijke parachutisten in het gebied rondtrok. Het grootste gedeelte van de dag hadden ze, met een korte onderbreking om snel een hap naar binnen te werken, op de flanken van het kale gesteente gelopen. Maar nu, in de beschutting van het oerwoud, gaf de sergeant eindelijk het teken dat ze in bivak zouden gaan. Een kleine beek stroomde wild door het gesteente. Snel vulden ze hun veldflessen om daarna pas hun zware rugzakken af te gooien en dekking te zoeken tussen de struiken langs het smalle pad. Daarna het tweede belangrijkste element in het leven van een marinier. Zware shaggies draaien en liggend op hun buik van de eerste trekjes te genieten. Het opzetten van de tenten kon nog wel even wachten.
"Komop Sijne, met je luie donder," riep Wije naar de man met zijn zware automatische wapen. "Ga niet met je stomme kop onderaan die heuvel liggen Daar hebben we niets aan. Naar boven met je luie reet."
De gewezen betonvlechter vloekte grondig, maar klom toch de heuvel op om daar opnieuw in stelling te gaan. Hij wist ook wel dat Wije gelijk had, maar zelfs hij had geen fut gehad om dat uit eigen beweging te doen .
Wije moest even grijnzen en gooide een flinke steen naar Sijne die nijdig opkeek. "En houd je ogen open, hé. Ik wil geen verrassingen." Eigenlijk wist de eerste klas wel dat deze laatste opmerking overbodig was, maar de mannen moesten af en toe even op hun donder hebben om alert te blijven
"Oké mannen," klonk de harde stem van de sergeant. "Ploegcommandanten melden. Ik wil..." De stem van de sergeant stokte. Duidelijk hoorde de mariniers het gesmoorde geluid van schoten die van grote afstand werden afgevuurd. Dan een korte pauze, waarna het schieten weer in alle hevigheid toenam.
"Verdomme," vloekte enkele mannen." Het 3de heeft vuurcontact met de vijand. We moeten iets doen!"
"Koppen dicht," brulde de sergeant. "Ze kunnen het daar wel alleen af. Wij hebben de opdracht om onze gevangenen af te leveren."
Weer viel er een stilte en Wije keek Zwijgers aan, terwijl hij zijn armen en handen spreidde in een vragend gebaar. Ook de korporaal keek afwachtend naar Loppes die echter geen aanstalten maakte om de mariniers opdracht te geven zich gereed te maken verder te trekken.
Opnieuw klonk het geblaf van automatische wapens, afgewisseld met het droge knallen van een enkel geweer, heviger dan ervoor. De geoefende mannen hoorden, ondanks de door het oerwoud gedempte geluiden, duidelijk dat de vijandelijke wapens in de meerderheid waren.
"Sergeant, je moet iets doen," begon de korporaal, maar Loppes wilde hem met een enkel gebaar het zwijgen opleggen.
"Ik weet dat jij er anders over denkt," zei de korporaal, verstaanbaar voor iedereen. "Maar het is duidelijk dat het 3de in de minderheid is." Loppes keek zijn korporaal aan en zei nijdig. "Wij waren ook in de minderheid en toch wisten we ons eruit te vechten. We hebben de gevangenen bij ons en trekken terug volgens plan."
De mariniers werden onrustig door de aarzelende houding van de sergeant en ergens klonk een stem die riep. "Wij vochten ons eruit? Waar was jij sergeant toen we in die hinderlaag liepen?"
Het hoge woord was eruit.
Als een gebeten hond draaide de sergeant naar zijn mannen en brulde woedend. "Wie heeft er een grote smoel, hé? Wie deed er verdomme zijn bek open? "
Het was een niet te tolereren gebrek aan discipline. Vooral in het veld hoorde een hoge graad van discipline en zolang er niet anders werd beslist lag de leiding in handen van de sergeant. De korporaal en Wije waren dan ook vastbesloten deze discipline te handhaven. Ze begrepen het wel maar duldden geen grote smoel. "Koppen dicht, verdomme," brulde Wije die zag dat de mariniers hun waakzaamheid lieten verslappen om vooral niets van het gesprek te missen. "Sijne, Meurs, jullie liggen verdomme op post Doe dat dan ook en beveilig de omgeving."
Ook de eerste klas van Dalen gaf zijn mensen met enkele stevige vloeken de nodige orders.
Wije keek naar de mariniers die op dit moment niet nodig waren hun omgeving te beveiligen en begreep dat de mannen iets om handen moesten hebben. "Wie niet op post zit gaat nu het bivak inrichten. En verder geen gezeik, over tien minuten moeten de tenten staan." Daarna liep hij naar sergeant Loppes en de korporaal .
Toen hoorden de mariniers de doffe klappen van exploderende granaten met heel af en toe nog het geratel van zware automatische wapens.
De sergeant en korporaal Zwijgers stonden nog steeds tegenover elkaar en het was duidelijk dat Loppes niet van plan was iets te ondernemen. "We hebben onze orders..." begon hij.
"Wat orders?" Herhaalde Zwijgers nijdig. "Onze eigen mensen zijn daar aan het knokken. Misschien zijn ze ook wel in een hinderlaag gelopen en hebben ze minder mazzel dan wij."
"Maar de gevangenen?" Het was duidelijk dat de sergeant zich verschuilde achter lulsmoezen.
"Je moet iets doen sergeant," herhaalde Zwijgers. "Geef de mannen de order zich gereed te maken."
Wije zei niets, al verlangde hij ernaar om de 3de geweergroep hulp te geven of misschien zelfs wel te ontzetten uit een benarde positie. Hij begreep dat dit een machtstrijd was tussen twee mannen die al zoveel hadden meegemaakt, maar nu zo verschillend dachten.
De korporaal legde zijn hand op Loppes arm. "Je moet nu iets doen, sergeant, anders geef ik de orders."
Loppes schudde nijdig de hand weg. "Hand weg, Zwijgers. Je hebt het niet tegen een mindere. Ik ben jouw sergeant. Onthoud dat. Je weet dat je hiermee voor de krijgsraad kunt komen. Ik pik dit niet korporaal."
Zwijgers keek de sergeant strak aan. "Doe iets Loppes, doe iets."
Nog even taxeerde beide mannen elkaar. Sergeant Loppes keek naar Zwijgers ogen. Toen wendde Loppes zijn blik af en gaf zijn orders. "Van Dalen, wijs twee man aan die met mij bij de gevangenen blijven."
Zwijgers draaide zich om, keek Wije even aan en brulde. "De rest maakt zich gereed om mij te volgen. Alleen wapens en munitie."
De korporaal en Wije wilden weglopen om zich bij de mariniers te voegen die klaarstonden om hun actie uit te voeren, maar de sergeant pakte Zwijgers bij zijn arm. "Ik breng jullie voor de krijgsraad," snauwde hij kortaf.
"U doet maar, sergeant. Ik hoop dat Jezus het u vergeeft als er jongens van ons zijn gesneuveld. Maar ik zal het nooit vergeven."
Wije grijnsde bij zichzelf. Voor een marinier is elke meerdere in rang bijna Jezus. Dus zeer zeker majoor Daal, hun compagniescommandant. Het soort officier bij het korps die liever met zijn mensen in de bush zat om deze oorlog uit te vechten, dan op het hoofdkwartier. In de hoop dat zijn mariniers veilig terugkeerden.
- - 0 - -
Nog steeds hoorden de mariniers het gedempte geluid van de schoten en duidelijk was dat hun mensen in een hevig gevecht waren met de vijand. Het was moeilijk om de juiste afstand te schatten omdat het oerwoud de meeste geluiden smoorde. Maar het schieten veroorzaakte genoeg onrust in het oerwoud om de vele vogels uit hun bomen je verjagen. Krijsend fladderden ze rond, wachtend om hun plek in de hoge toppen weer in te nemen .
De korporaal en Wije leidde de mannen door een gebied dat voor hen onbekend was en hij hoopte dat ze het riviertje konden volgen tot ze bij hun kameraden waren.
Glibberend over de rotsen probeerde ze het tempo zo hoog mogelijk op te voeren. Maar de tocht was zwaar en de vele rotsen in de rivier veroorzaakten veel oponthoud. Het bos langs de rivier was dicht begroeid met laag kreupelhout waarin het nog moeilijker zou zijn om een snelle opmars te maken. Ze liepen soms tot hun knieën in het water en er werd menige keer gevloekt als iemand uitgleed en zijn benen openhaalde.
Het was moeilijk zich te oriënteren maar het vele schieten moest hen in de juiste richting leiden. Langzaam veranderde de omgeving en het vlakke oerwoud ging over in flinke heuvels waar de rivier zich kronkelend een weg doorheen zocht. Ook de rotsen in de steeds smaller wordende rivier werden ruiger. Opnieuw ging een marinier vloekend onderuit en werd snel door zijn maat overeind geholpen. Ze hielden even halt om het bloed van zijn open been te deppen en de wond te verbinden. Het was niet nodig z'n broek open te scheuren want er was toch al niet veel meer over van zijn uniform. De korporaal die al die tijd als laatste in de patrouille had gelopen om de mannen op te jagen, maakte gebruik van de pauze ."Wat denk je Wije? Het terrein naast de kali ziet er ruig uit." Eigenlijk was zijn vraag overbodig omdat hij nu zelf ook kon zien dat de steeds wildere stroom een bocht maakte. Ze hoorden het geraas van het water, dat neerstortte in een dieper gelegen vallei.
Er werd nog steeds geschoten, maar niet meer zo hevig als toen ze hun tocht begonnen. Heel af en toe hoorden ze nog het geluid van zware wapens of de explosie van 'n granaat.
"Je hoort de waterval," zei Wije. "We moeten de rivier verlaten voor we meegesleurd worden door de stroom en de heuvels intrekken."
De mannen zeiden even niets meer en luisterden naar de enkele schoten die nog afgevuurd werden.
"Zo te horen hebben beide partijen hun handen vol aan elkaar. Dat is in ieder geval een teken dat onze jongens nog in de strijd zijn."
Ineens klonk het harde geluid van de automatische wapens die bij de mariniers in gebruik waren en ze begrepen dat het een laatste stuiptrekking kon zijn. Een laatste aanval of waren hun kameraden uitgeschakeld?
"Oké korp, riep een van de mannen. "We kunnen verder."
"Voorwaarts dan," riep Zwijgers overbodig. "Nog even volhouden mannen. We verlaten hier de rivier en duiken het oerwoud in."
Weer klonken er enkele schoten, maar toen viel de stilte in.
"Godverdomme," vloekte Zwijgers. "Ik hoop voor die knapen dat we nog op tijd zijn." Meteen liet de korporaal erop volgen. "En voor Loppes."
- - 0 - -
De heuvels waren hoog, steil en modderig. Steeds opnieuw gleden de mariniers omlaag en vloekend schopten ze de neuzen van hun schoenen in de prut. Met hun handen trokken ze zich aan struiken en bomen omhoog en de vermoeidheid van de laatste dagen begon zijn tol te eisen. Toch bleven ze vechten en vloekend kropen ze tegen de heuvel op. Lieten zich aan de andere kant omlaag glijden om zich op de volgende heuvel met nog meer vloeken omhoog te worstelen. Na al het schieten leek de stilte tussen de heuvels onnatuurlijk en zelfs de vele vogels lieten zich niet horen.
"Verdomme," vloekte Wije. "Waar zitten jullie jongens. Waarom horen we niets meer?"
Ook om hem heen werd flink gevloekt terwijl de mannen zich verbeten omhoog worstelden.
Hijgend probeerde Zwijgers aan de kop van zijn mannen te komen terwijl hij naar de mariniers riep. "Voorzichtig jongens, als jullie iemand zien. Het kunnen onze mensen zijn, of Peloppers. Maar houdt jullie wapens gereed."
Er verstreek teveel tijd en de mariniers waren bang te laat te komen terwijl ze hun strijd tegen de modderige heuvels voerden.
Eindelijk hadden ze de laatste heuvel beklommen en het vlakke oerwoud strekte zich voor hen uit. Uitgeput gunden de mannen zich een ogenblik rust terwijl Wije de omgeving in zich opnam. Hij had er geen idee van welke richting ze verder moesten gaan. De vele heuvels hadden het geluid van de schoten weerkaatst en in deze stilte was het onmogelijk hun richting te bepalen. Ineens zag hij enkele figuren die rennend hun kant opkwamen. Vriend of vijand? De afstand was te groot om te zeggen of ze camouflage uniformen droegen of dat het hun eigen mensen waren.
"Koppen weg," siste hij naar achteren.
Zwijgers schoof op zijn buik naar voren. "En?"
Ook de rest van de kleine patrouille kroop naar voren en bracht hun wapens in de aanslag. Nog enkele meters, toen brulde Zwijgers. "Peloppers!"
Dat ene woord was voldoende. Alsof ze tegen een muur aanliepen stonden de para's een ogenblik stil. Sommige draaiden om hun as, weer anderen sloegen dubbel toen ze door het hevige vuur uiteen werden gereten. De zes para's sloegen tegen de grond zonder zelfs maar een kans gehad te hebben om zich op hun dood voor te bereiden. Meteen kwamen de mariniers overeind om te controleren of er geen overleven de waren. Een van de parachutisten bewoog krampachtig zijn arm om een granaat van zijn riem los te trekken. De marinier die bij hem stond aarzelde om met een laatste schot het karwei af te maken. Korporaal Zwijgers sprong naar voren. Net op tijd om te voorkomen dat de para zijn granaat kon pakken. Nog een enkel schot werd weerkaatst tussen de hoog oprijzende heuvels.
- - 0 - -
"Zes man hebben we te pakken, dat moet een teken zijn dat onze jongens het gered hebben." Zwijgers liep samen met Wije langs de doden, terwijl de mariniers zich weer een moment van rust gunden.
"We kunnen het niet zeker weten. Het is beter als we verder trekken," reageerde Wije. Hij bukte zich en met zijn mes sneed hij de insignes van de camouflage uniformen.
Zwijgers gaf hem grijnzend een klap op zijn schouders en riep naar de mannen. "Oké jongens, genoeg geluierd. Omhoog met jullie luie donders, we hebben nog meer te doen. Gooi wat takken over de doden en voorwaarts weer."
Ondanks hun vermoeidheid kwamen de mariniers snel overeind, gedreven door het jachtinstinct dat het vuurcontact met de para's had veroorzaakt. Opnieuw ging het in een hoog tempo voorwaarts. Het terrein was gelukkig vlak, maar elk moment konden ze in het open terrein weer op vijandige para's stuiten of in een hinderlaag terecht komen .
- - 0 - -

Het schors was van de bomen geschoten en op de open plek zagen ze de dode lichamen van de para's. Ze lagen naast elkaar in diepe putten en omgewoelde aarde door de inslag van handgranaten. Bedekt onder enkele slordig neergegooide takken als laatste eerbewijs. Over de doden niets dan goeds. Sommige para's misten hun schoenen en hun insignes waren van de uniformen gesneden.
"Verdomme," vloekte Wije. "Ze hebben die gasten al gestript." Hij richtte zich op en keek Zwijgers spotlachend aan. "Nou ja, het zijn ook niet mijn doden. Dus ook niet mijn souvenirs. Dan gaat toch de waarde verloren."
"Ik dacht altijd al dat je gestoord was Wije, maar nu weet ik het zeker." Zwijgers schudde zijn hoofd en draaide zich om naar de mariniers. "Oké mannen doorzoek de struiken of er jongens van ons liggen."
Maar het was onnodig om deze opdracht te geven en al spoedig kwam het groepje weer bij elkaar op de open plek. "Niemand van ons korporaal. Alleen nog een dode Pelopper tussen de struiken."
"Prima, leg hem maar bij de rest. Daarna kunnen jullie ze afdekken met stenen. Dat is het laatste wat we kunnen doen."
Er werd niet veel gesproken toen de marinier hun lugubere werk deden om daarna een shaggie te draaien terwijl ze het zich gemakkelijk maakten. Spoedig brandde er een klein vuurtje om een maaltijd te maken van de voorraad die ze in de rugzakken van de para's vonden. Het was niet meer dan een beetje rijst, aangevuld met gedroogde groente en vis. Op smaak gemaakt met enkele pepers.
Zwijgers liet de mariniers hun gang gaan om bij te komen na de afmattende tocht van het laatste uur. Samen met Wije dwaalde hij door de omgeving om zeker te zijn dat ze niets over het hoofd gezien hadden. "Het is nog goed afgelopen." De korporaal gaf Wije zijn baal zware shag. "Maar we weten niet met zekerheid of het 3de gewonden heeft." Hij keek peinzend in het rond terwijl hij de rook tussen zijn halfgeopende mond uitblies.
"Ik denk niet dat er gewonden zijn. Anders hadden we het 3de hier nog aangetroffen."
De mannen zeiden verder niets meer en liepen terug naar de mariniers die lui op de grond van hun shaggies genoten.
"Oké jongens, nog vijf minuten. Daarna keren we terug naar Loppes." Zwijgers controleerde nogmaals zijn wapen om er zeker van te zijn dat zijn Uzi gereed was opnieuw vuur af te geven .
- - 0 - -
Het leven in de kampong, waar het 555ste peloton was gelegerd, ging gewoon verder. Ook de sleur van alle dag, bestaande uit het in orde maken van hun wapens en uitrusting, sloot daarbij aan. Er werden zelfs nieuwe uniformen verstrekt. Dat was wel nodig ook, want de vele patrouille tochten in het zware terrein en het vochtige klimaat hadden weinig overgelaten van hun oude uniformen. Ook de 3de geweergroep was veilig teruggekeerd uit de bush na hun laatste gevecht met de vijandelijke para's.
Na meerdere patrouilles waarbij de nog infiltranten uit de bush werden gehaald, gevangen genomen en afgevoerd.
Ook de laatste restanten werden bij gevechten gedood en opgeruimd .

--0--

Tot de sleur van elke dag behoorde ook het eindeloos op post zitten om de kampong te beveiligen. Opnieuw waren ze met te weinig mensen nu de helft van het peloton, per schip, was afgevoerd naar een van de kazernes in het onmetelijk grote land. Zelfs de mariniers eerste klas waren, ondanks de voordelen van hun rang, ingedeeld om op wacht te zitten in de vooruit geschoven posten aan de rand van het oerwoud.
De oorlog zat er bijna op en het was nog een kwestie van tijd dat definitief de handtekeningen werden geplaatst onder een vredesverdrag .
Dan zou het land worden overgedragen aan een andere regering. De mariniers waren er tevreden mee dat ze niet rechtstreeks met de Indonesische troepen te maken kregen. Voor hen bleven het verdomde Peloppers. De rottige vijand die mensen van hun had gedood. In een nodeloze strijd. Een, door de politiek, verloren oorlog. Niet door die jonge mariniers. Die hadden elke strijd in het oerwoud gewonnen. Nee, de oplossing om eerst VN troepen in te zetten was volgens hen de beste. Alles beter dan overdracht aan de vroegere vijand. Met inzet van hun leven hadden de mariniers dit land en volk verdedigd tegen een vreemde overheersing. Maar de Verenigde Naties had anders beslist. De laatste bladzijde in de koloniale geschiedenis werd omgeslagen.
Toch bleven de mariniers waakzaam, iedere nadering uit de bush kon een vijand zijn. Verdwaalde en niet opgespoorde infiltranten die niet wisten dat de oorlog over was omdat ze het contact met hun hoofdkwartier hadden verloren.
Marinier Wije zat verveeld op zijn eenzame post. Achter hem het eentonige leven in de kampong die eigenlijk zo idyllisch gelegen was aan een grote baai.
Vijfentwintig meter voor hem de glooiende helling van een heuvel. Meteen daarachter begon het vijandige oerwoud waar ze zoveel strijd hadden geleverd. Niet iedere para wist dat de oorlog voorbij was. Het was best mogelijk dat ze een nieuwe aanval op de kampong zouden uitvoeren.
Hij keek achterom toen hij de voetstappen hoorde. Langzaam naderde sergeant Loppes zijn post. "Wije, ik verlaat hier de kampong en maak een inspectie door de omgeving." De sergeant wachtte even terwijl hij de marinier in zijn nieuwe uniform taxeerde. "Je had je wel eens mogen scheren, marinier. En ook je schoenen deugen niet. Dat zijn para schoenen en die dragen wij mariniers niet. Doe daar wat aan. Als je afgelost bent verwacht ik je op rapport." De sergeant wilde doorlopen, maar draaide zich weer om. "Ik kom ook bij jou de kampong weer binnen, dus houd je in als je iets ziet. Begrepen?" Loppes wachtte het antwoord niet af, draaide zich om en verdween even later in het oerwoud. "Klootzak," dacht Wije. Rustig ging hij liggen en ontgrendelde zijn wapen. "Dat laatste heb ik nooit gehoord," mompelde Wije tegen zichzelf. "Voor de krijgsraad, wat denkt die klootzak wel." Hij wachtte en richtte zijn wapen. Opnieuw het eindeloos lijkende wachten, maar dat was de marinier nu wel gewend. Eindelijk zag hij een beweging in het oerwoud waar enkele struiken bewogen. Er stond geen zuchtje wind en iedere beweging moest door een mens of dier veroorzaakt worden. Zijn vinger sloot zich om de trekker. Van het doel was alleen een pet zichtbaar en bewoog zich net onder de glooiing van de heuvel. "Komop klootzak," mompelde Wije. "Alleen maar even je kop boven de rand."
"Wat ben jij aan het doen Wije?" hoorde hij een stem achter zich. "De oorlog is voorbij marinier."
"Nog niet korporaal, ik zag nog beweging in het voorterrein."
"Rotop Wije, het is voorbij. Er komt niemand voor de krijgsraad. Loppes vergeet de hele boel." Rustig ging Zwijgers in de kuil zitten. "De sergeant komt ook hier weer binnen, marinier." Met zijn hand drukte Zwijgers het wapen opzij. "Ik zal je laten aflossen marinier. Je bent nodig toe aan ontspanning."
Op dat moment kwam de sergeant langzaam de heuvel op en liep naar de twee mannen in de kuil. "Alles in orde hier?" Hij keek naar het wapen van Wije, maar zei verder niets.
"Alles in orde sergeant, alleen voor de zekerheid. Ik loop met je mee." Zwijgers stond op en liep met Loppes mee terug naar de kampong. Over zijn schouder zei hij nog. "Je wordt zo afgelost Wije. Ik zie je dan wel."
- - 0 - -
"Wat heb jij nou versierd?" vroeg Wije totaal overbodig terwijl hij naar het kratje bier keek dat de korporaal uit het water omhoog haalde.
"Ik vond dat we dit wel verdiend hadden." Zwijgers grijnsde. "Lekker zuipen en dronken worden."
"Alleen voor ons tweeën?"
"Niet lullen Wije, gewoon opzuipen."
De mannen zaten op de gammele steiger met hun voeten in het koele water, kijkend naar een van de gammele hutten. Hun ogen dwaalden verder rond over de schoonheid van de baai die omringd was door een groene muur van bijna ondoordringbare bush. In diezelfde, vochtige, naar verrotting stinkende, bush waar jonge kerel omgekomen waren of "alleen maar" gewond.
Zwijgers trok zijn mes en wipte de doppen van twee flesjes. "Je bent een klootzak Wije. De oorlog is voorbij. We hebben gevochten en gedood, maar zijn geen moordenaars." De korporaal keek Wije aan, schudde zijn hoofd en gaf Wije een flesje lauw bier.
"Ik had me ook geen moordenaar gevoeld, Zwijgers. Het was gewoon een gevolg van de oorlog. Er zijn zoveel goeie jongens gesneuveld in deze straks vergeten oorlog. Niet meer dan een bladzijde in onze geschiedenis die morgen wordt omgeslagen. Binnen tien jaar is iedereen ze vergeten."
Zwijgers nam een grote slok van zijn bier, liet het flesje zakken en boerde hardop. "Vergeet het Wije, het zit erop. Ook jouw oorlog met Loppes zit erop. Hij ziet onze muiterij meer als het gevolg van fanatisme. Het wordt tijd om aan een andere toekomst te denken."
"Wat maakt het uit, Zwijgers, hoe de sergeant erover denkt. Hij denk meer aan zijn pensioen. Wat hij deed kan het Korps ook niet waarderen." Marinier Wije pakte een nieuw flesje lauw bier en proostte op zijn maat en hun Korps. Zijn stem klonk al wat moeilijker toen hij verder ging. "Maar….je hebt wel gelijk. De oorlog voorbij. En Loppes…., hij is toch een van ons, Zwijgers."
" Inderdaad makker, ons laatste oorlogje. Ik heb het wel gehad. Eerst Korea en nu hier. Ik had het naar mijn zin. Zeker weten. Nog tien jaar bij het Korps, mijn Korps. En jij? Je contract zit er bijna op."
Wije gooide zijn lege flesje met een grote boog weg en keek naar de rimpels in het water. "Hier wel Zwijgers, maar er zijn nog zoveel te beleven. Ik ben nog jong en heb de smaak nog maar net te pakken. Het Midden Oosten. Olie pijpleidingen beveiligen. Ik hoorde van een stel gasten dat ze daar mensen zoeken."
De korporaal sloeg de marinier op zijn schouder." Je bent een leiperik. Ook daar is altijd gerotzooi. Maar daar ben ik in de bush wel achter gekomen. Para's strippen voor hun schoenen en camopakken." Opnieuw schudde Zwijgers zijn hoofd. "Nee, jij bent niet normaal."
"Juist Zwijgers. Komop met dat bier. Niet zoveel lullen. Dat is het enige wat ik geleerd heb als marinier, zuipen en vechten."
De mannen zeiden een tijd niets meer terwijl ze het lauwe bier in hun kelen goten en dronken zaten te worden.
Het enige dat de korporaal vroeg was. “En dan, het Midden oosten is een kruidvat.”
" Amerika trekt me ook wel. Ik heb familie daar. USMC misschien? Ben met de de Doorman in de states geweest en Cuba. Toffe gasten die yanks. Ach, wat maakt het ook uit. Zuipen en vechten."
Ondanks de drank klonk Zwijgers stem rustig. "Er komen zo vaak jongens terug in het Korps. Misschien zien we elkaar wel weer. Maar dat maakt ook niet uit. Ga jij voorlopig nog maar een paar jaar avonturieren."
Het enige dat Wije nog liet horen was een grote boer, voordat hij zich dronken achterover op de steiger liet zakken .
Hij hoorde nauwelijks nog Zwijgers stem toen deze rustig zei. "En wie weet kom jij dan ook weer terug bij het Korps."
- - 0 - -

NAWOORD VAN DE SCHRIJVER
Na de strijd in Nieuw Guinea zwierven de mariniers uit over de wereld.
Nog steeds hielden zij hun wapenspreuk in ere: Qua Patet Orbis, zo wijdt de wereld strekt.
Sommige mariniers bleven bij hun "baas," zoals sergeant Loppes, die nog twee jaar moest dienen en daarna met pensioen ging.
Korporaal Zwijgers heeft ook zijn tijd volgemaakt en wat niemand had verwacht, hij bracht het tot sergeant majoor.
Marinier eerste klas Wije, ongetwijfeld een van de hoofdpersonen uit dit verhaal, ging de wereld verkennen. Werkte nog enkele jaren in diverse Arabische Emiraten bij het bewaken van oliepijpleidingen. Marinier Meurs werkte enkele jaren in de Verenigde Staten bij een speciale politie eenheid. Marinier Sijne vertrok na zijn diensttijd naar Zuid Amerika waar hij 7 jaar bij het Braziliaanse Korps Mariniers diende. Maar eigenlijk vond hij dat maar niets. Onschuldige Indianen doden omdat groot grondbezitters het in bezit wilden nemen. Deserteerde en via Suriname terug naar Nederland. Babyface, marinier Rijke, is vermoord bij een ordinaire kroegruzie.
De Indonesische luitenant Doue keerde na gevangenschap terug naar zijn land en werd een voorvechter van de mensenrechten. Hij verdween na enkele jaren spoorloos en er is sindsdien niets meer van hem vernomen.

Bron: Gerard Zikking


Ma 07 Aug 2017, 10:12
Meld dit bericht

These users thanked the author zikking for the post (total 2): Fusil Automatique LourdSnuf
  Rating: 28.57%
Profiel Privébericht versturen E-mail
Berichten weergeven van de afgelopen:  Sorteer op  
Reageren op dit onderwerp   [ 1 bericht ] 

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 0 gasten


U mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen in dit forum
U mag geen reacties plaatsen op onderwerpen in dit forum
U mag uw berichten niet wijzigen in dit forum
U mag uw berichten niet verwijderen in dit forum
U mag geen bijlagen plaatsen in dit forum

Zoeken naar:
Ga naar:  
Powered by phpBB © 2000, 2002, 2005, 2007 phpBB Group.
Designed by STSoftware for PTF.

Vertaald door phpBBservice.nl.